1. Hypercholesterolemie: wat is dat?
Hypercholesterolemie is een vetstofwisselingsstoornis waarbij er sprake is van verhoogde cholesterolwaarden. Hypercholesterolemie betekent letterlijk “te veel cholesterol in het bloed”, waarbij “hyper” staat voor “te veel” en “emie” komt van het Griekse haima, wat “bloed” betekent.
Cholesterol is een belangrijke bouwstof voor ons lichaam. De stof wordt bijvoorbeeld voor de opbouw van de celmembranenof bij de productie van hormonen, vitaminen en galzuren. In principe is elke cel in het lichaam in staat om cholesterol te produceren. De meeste cholesterol wordt echter in de lever aangemaakt en maar ongeveer 20-30% wordt via de voeding opgenomen. Als daarnaast meer cholesterol via de voeding ingenomen wordt, wordt als reactie daarop de cholesterolproductie in de lever normaal gesproken afgeremd. Dat terugkoppelingsmechanisme werkt echter slechts beperkt en werkt niet bij alle mensen even goed, waardoor de cholesterolwaarden in het bloed op lange termijn verhoogd kunnen zijn.
Toch is niet alle cholesterol gelijk, want er zijn verschillende soorten. Cholesterol is een vetachtige stof die noch in water noch in het bloed oplosbaar is. De stof moet zich met een wateroplosbare transportstof verbinden voor het transport in het bloed. Daardoor ontstaan zogenoemde lipoproteïnen. Afhankelijk van in welke lipoproteïne de cholesterol wordt getransporteerd, wordt de cholesterol in verschillende soorten ingedeeld. De zogenoemde lage dichtheid-lipoproteïne (LDL-cholesterol), dat het grootste deel uitmaakt van de “cholesteroltransporters”, transporteert cholesterol van de lever naar de cellen in de rest van het lichaam. Hoge dichtheid-lipoproteïne (HDL-cholesterol) transporteert de overtollige cholesterol uit de overige lichaamscellen naar de lever waar die afgebroken wordt. Naast de beide hoofdvormen van lipoproteïnen, LDL- en HDL-cholesterol, zijn er ook nog VLDL-cholesterol (zeer lage dichtheid-lipoproteïne) en chylomicronen.
2. Oorzaken en risicofactoren
Hypercholesterolemie kan verschillende oorzaken hebben en vaak komen meerdere oorzakelijke factoren samen. Afhankelijk van de oorzaak kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds een verworven en anderzijds een aangeboren of genetisch bepaalde vorm van hypercholesterolemie.
Verworven hypercholesterolemie is in de meeste gevallen een gevolg van een ongezonde levensstijl, maar ze kan ook veroorzaakt worden door andere aandoeningen of de inname van bepaalde medicijnen. Een vetrijk dieet, weinig beweging en overgewicht zijn veelvoorkomende factoren van een ongezonde levensstijl en kunnen het cholesterolgehalte verhogen. Maar ook andere aandoeningen zoals diabetes, een te traag werkende schilklier, reuma en nier- of leveraandoeningen kunnen hypercholesterolemie veroorzaken.
Familiale hypercholesterolemie (FH) is een erfelijk bepaalde vorm van de cholesterolvetstofwisselingstoornis. De oorzaak is een genetische verandering die leidt tot een verstoord LDL-cholesterolmetabolisme en een ontoereikende verwijdering van LDL-cholesterol uit het bloed. Daardoor treden hoge cholesterolgehalten in het bloed al in de kindertijd op die het risico op hart- en vaatziekten sterk vergroten. FH kan niet worden genezen. Met een vroegtijdige behandeling kan het risico op hart- en vaatziekten echter sterk verlaagd worden. Naast een gezonde levensstijl zijn medicijnen meestal nodig om de cholesterolwaarden voldoende te verlagen.
3. Klachten
Hypercholesterolemie alleen leidt meestal niet tot klachten. Daarom wordt de aandoening vaak pas ontdekt bij routine- of preventieve onderzoeken of bij het optreden van complicaties zoals een hartaanval, een beroerte of een coronaire hartziekte (CHZ). Uitgebreide informatie over CHZ is te vinden op de informatiepagina over CHZ.
Soms kunnen erg hoge, soms erfelijk bepaalde cholesterolwaarden leiden tot zichtbare knopvormige afzettingen onder de huid, vooral aan de achilleshiel, zwellingen aan de pezen van de hand of een witachtige ring in het hoornvlies van het oog. Die symptomen zijn echter geen duidelijke tekenen van hypercholesterolemie, maar kunnen ook wijzen op andere aandoeningen. Toch moeten ze door een arts worden onderzocht.
4. Complicaties
Een verhoogd cholesterolgehalte is meestal geen merkbare aandoening maar een belangrijke risicofactor voor de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Op de lange termijn dragen ze bij tot zogenoemde vaatverkalking (atherosclerose). Vooral als de vaatwanden aan de binnenzijde al beschadigd zijn, bijvoorbeeld door roken of diabetes, kan de overtollige cholesterol in het bloed zich op de vaatwanden afzetten en zogenoemde plaques zich ophopen. Daardoor vernauwen de bloedvaten. Bovendien bestaat het gevaar dat een plaque loskomt en een bloedvat verstopt kan raken. Daardoor kunnen hart- en vaatziekten zoals een hartaanval of beroerte worden veroorzaakt.
Naast hypercholesterolemie zijn er veel andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Hoe meer risicofactoren iemand heeft, hoe groter het risico op een hart- en vaatziekte. Daarom wordt het persoonlijke risico idealiter samen met de behandelend individueel bepaald. Afhankelijk daarvan moet dan een strategie en behandeling ontwikkeld worden om het risico op gevolgschade zoveel mogelijk te verlagen.
Tot de risicofactoren van hart- en vaatziekten behoren onder andere:
- Hoge bloeddruk
- Hypercholesterolemie
- Diabetes mellitus
- Roken
- Overgewicht
- Ongezonde voeding
- Onvoldoende lichaamsbeweging
- Hoge leeftijd
- Mannelijk geslacht
- Erfelijkheid
5. Onderzoeken
Het cholesterolgehalte wordt via een bloedmonster bepaald dat in het laboratorium wordt onderzocht. Onder andere het totale cholesterolgehalte en de verschillende soorten cholesterol (bv. LDL-cholesterol en HDL-cholesterol) worden bepaald. Over het algemeen kunnen cholesterolwaarden in twee verschillende eenheden uitgedrukt worden. Enerzijds als milligram per deciliter (mg/dl) en anderzijds als millimol per liter (mmol/l). Soms kan bij het onderzoek naar de cholesterolwaarden interessant zijn om ook nog andere bloedvetten te onderzoeken om de vetstofwisseling nog beter te kunnen beoordelen.
Om veranderingen vroegtijdig te herkennen en het succes van de levensstijlmaatregelen of een behandeling te kunnen beoordelen, is het zinvol om cholesterolwaarden regelmatig te controleren, te documenteren en in de loop van de tijd te vergelijken.
In de mediteo-app kunt u meetwaarden zoals de totale, HDL- of LDL-cholesterol in het geïntegreerde dagboek documenteren en ze in een tabel of een overzichtelijke grafiek laten weergeven zodat veranderingen in de loop der tijd duidelijk gevolgd kunnen worden.
6. Normale waarden
Normaalwaarden voor cholesterol zijn niet eenvoudig vast te stellen. Eenvoudig gezegd: Hoe hoger het cholesterolgehalte, hoe hoger het risico op hart- en vaatziekten. Om dat risico te verlagen, moet het cholesterolgehalte verlaagd worden. Daarom kan het zinvol zijn om van doelwaarden in plaats van normaalwaarden te spreken. De persoonlijke doelwaarden moeten samen met een arts besproken worden en hangen af van het individuele risico op hart- en vaatziekten. In principe kun je zeggen: hoe hoger het individuele risico, hoe lager het cholesterolgehalte moet zijn.
7. Behandeling
De behandeling van hypercholesterolemie heeft tot doel de verhoogde cholesterolwaarden te normaliseren. De nadruk ligt daarbij echter niet op de laboratoriumwaarde, maar wel de vermindering van het risico op hart- en vaatziektenen de mogelijke gevolgschade daarvan.
Niet iedere persoon met verhoogde cholesterolwaarden heeft automatisch medicijnen nodig. De beslissing over de behandeling is afhankelijk van het individuele risico op complicaties en de hoogte van het cholesterolgehalte.
De basis van elke therapie is een verandering van levensstijl. Tot deze maatregelen behoren stoppen met roken, gewichtsverlies bij overgewicht, lichaamsbeweging en gezonde voeding. Verzadigde vetzuren worden het best beperkt en in de plaats daarvan gaat de voorkeur naar onverzadigde vetzuren. Verzadigde vetten worden als “ongezondere” vetzuren beschouwd en zijn hoofdzakelijk in dierlijke producten aanwezig als vlees en worst. Onverzadigde vetten worden als “gezondere” vetten beschouwd en zijn te vinden in bijvoorbeeld vis, noten en avocado’s. Daarnaast is het belangrijk om vezelrijke voedingsmiddelen te eten, zoals volkorenproducten, peulvruchten, groenten en fruit. Het zogenoemde mediterrane dieet met olijfolie, vis en veel vers fruit, groenten en salades en zo weinig mogelijk vlees en dierlijke vetten kan bijvoorbeeld helpen om het cholesterolgehalte te verlagen.
Die maatregelen hebben niet alleen een positief effect op de cholesterolwaarden maar verlagen ook het risico op hart- en vaatziekten.
Of daarnaast een behandeling met medicijnen nodig is, hangt af van de hoogte van het cholesterolgehalte, van het individuele risico op complicaties en van het succes van de behandeling door de verandering in levensstijl. De meestgebruikte werkzame stoffen zijn statines, zoals rosuvastatine en atorvastatine. Ze verlagen de LDL-cholesterol door de lichaamseigen cholesterolproductie in de lever af te remmen. Bij de inname van statines kunnen er soms bijwerkingen optreden als hoofdpijn of gastro-intestinale klachten zoals een opgeblazen gevoel, buikpijn of winderigheid. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook spierpijn of zelfs spieraandoeningen optreden. Naast statines zijn er ook enkele andere medicijnen die voor de behandeling van hypercholesterolemie worden ingezet. Ze kunnen worden gebruikt als de gewenste doelwaarden niet bereikt worden door de inname van statines of als statines niet worden verdragen. Andere medicijnen voor de behandeling van verhoogde cholesterolwaarden zijn onder andere cholesterolabsorptieremmers (ezetimibe), PCSK9-remmers of bempedoïnezuur.
Welk medicijn of welke combinatie van medicijnen het beste is, moet individueel met de arts besproken worden.
